Een eeuw wetenschappelijk onderzoek ADHD: Eindelijk een goed begrip

post

Artikel uit de reeks Meer Aandacht, minder afleiding: krachtiger functioneren met ADHD. Artikelreeks gebaseerd op de veelbeluisterde podcasts van de Amerikaanse psychiater Ari Tuckman. Lees ze allemaal en begrijp je AD(H)D.

Een eeuw ADHD: Eindelijk een goed begrip.

 

Alhoewel het mijn doel is om praktische en bruikbare informatie te geven dacht ik dat sommige mensen het misschien interessant vinden om te weten hoe de geschiedenis is verlopen van de diagnose die we tegenwoordig ADHD noemen.

Dit soort wetenswaardigheden veranderen je leven niet, maar kunnen wel behulpzaam zijn bij het begrijpen hoe ons begrip is ontstaan over deze conditie en hoe deze is geëvolueerd door de tijd en ons heeft gebracht waar we vandaag zijn.
Alhoewel het misschien lijkt alsof het een nieuwe diagnose is is ADHD al ruim een eeuw onderdeel van het classificatiesysteem. De evolutie van de wetenschap en dus ook van ADHD onderzoek laat een groter wordend begrip zien van de conditie, die met de opkomst van neurologie maakt dat we verder kijken dan met het oog waarneembare gedrag.
De laatste decennia was de aanname dominant dat ADHD uitsluitend voorkwam bij kinderen en verdwijnt bij adolescentie. Dat was slecht nieuws voor velen van jullie die als volwassenen bleven worstelen met de symptomen. Het is niet zo dat de symptomen verdwijnen bij volwassenen met ADHD, maar wel dat de eisen waaraan we moeten voldoen veranderen.
Het klaslokaal is de perfecte plek om studenten te screenen op hyperactiviteit, aandacht tekort en impulsiviteit. De problemen zijn daar overduidelijk aanwezig. Als we na school- en studietijd gaan werken en we meer opties hebben om uit te kiezen, dan kiezen we activiteiten waar we sterk in zijn en onze zwakheden minder aan het licht komen. De jongen die niet stil kan zitten wordt de man die de bestellingen aflevert zodat hij niet stil hoeft te zitten. Het betekent niet dat zijn ADHD-symptomen zijn verdwenen. Maar ze hinderen hem niet meer in zijn functioneren.

ADHD in 1902 voor het eerst beschreven, heette toen Moral Deficit Disorder

De eerste officiële referenties van wat we nu ADHD noemen werden gemaakt door JF Still in 1902 toen hij het Moral Deficit Disorder noemde. Niets om je slecht over te voelen met die titel, hè? Deze veroordelende moraliserende kwalificatie komt bekend voor bij mensen met ADHD die altijd veel commentaar krijgen.

Dit commentaar kan komen van ouders en leraren die het goed bedoelen en die naar een verklaring zoeken voor het ogenschijnlijk zelfdestructieve gedrag.
In de jaren rond 1930 werd ADHD Minimal Brain Damage (MBD) genoemd, en later Minimal Brain Dysfunction, het wordt er niet beter op. Het was tot 1968 toen de officiële bijbel voor diagnostiek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) het als hyper connected reaction on childhood uitdrukte. Het benadrukt de hyperactiviteit, maar ziet de hele groep mensen over het hoofd die vooral de onoplettendheidsymptomen hebben.
De eerste studiesresultaten die aantonen dat ADHD-symptomen doorgaan tot aan volwassenheid, komen uit in de late jaren zestig, gevolgd door empirische studies waar ADHD bij volwassenen wordt behandeld. In 1980 verscheen de DMS III en werd de term Attention Deficit Disorder met of zonder hyperactiviteit geïntroduceerd. We komen in de buurt. Het herziene DMS, die in 1987 tussen versie III en IV in uitkwam, gebruikte de term ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder. De hyperactiviteit werd weer het hoofdverhaal, drie jaar later gevolgd door de eerste twee nieuwsbrieven over ADHD voor volwassenen en het eerste boek voor het publiek over ADHD voor volwassenen, met praktische tips voor ADHD’ers en hun partners.
Dat was in 1992, nog niet zo lang geleden dus. Het eerste journal article in een gerenommeerd vakblad voor de psychologie over ADHD bij volwassenen werd in 1994 gepubliceerd, nog redelijk recent dus. Dit verklaart waarom veel mensen met ADHD geen diagnose kregen, de behandelaren die ze zagen dachten niet aan ADHD. Dit maakt ook begrijpelijk waarom deze mensen zo moeilijk behandelaren kunnen vinden, die verder kunnen kijken dan psychotherapie en hen de hulp kunnen bieden die ze echt nodig hebben. Er was gewoon weinig informatie beschikbaar. Je kunt de behandelaar niet de schuld geven dat die niet beter wist.

Volwassenen ADHD? Nul, niks, nada daarover

Dat verklaart een beetje waarom je misschien zo veel behandelaren gezien hebt in deze periode, die waarschijnlijk weinig behulpzaam waren. Althans, niet zo behulpzaam als je zou willen dat ze waren. Ik (Ari Tuckman) verliet de medische opleiding in 1997, geen eeuw geleden, en ik heb daar niets gehoord of gelezen over ADHD bij volwassenen. Nul, niks, nada daarover..
De DSM IV werd in 1994 gepubliceerd en maakte een kleine grammaticale aanpassing met grote implicaties. ADHD werd voortaan geschreven als AD/HD. De slash betekent dat de stoornis een enkel of beide symptoomtypes omvat. Dit werd geformaliseerd door drie subtypes: het overwegend onoplettendheidstype, het overwegend hyperactieve impulsieve type en het gecombineerde type dat zowel hyperactiviteit, impulsiviteit als onoplettendheid omvat. Mensen met alleen het onoplettendheidstype hebben technisch gezien nog steeds ADHD, ook al hebben ze niet de H. Dan is het ADHD onoplettendheidstype. Alhoewel de DSM-criteria steunen op veel solide onderzoek, meer dan iedere eerdere versie, omschrijven ze hoe ADHD er uit ziet bij kinderen en niet zo zeer bij volwassenen. Het betekent dat als de arts strikt de richtlijnen volgt mensen die wel ADHD hebben niet gekwalificeerd worden voor de diagnose, wat belachelijk is. Maar dat is zoals deze dingen gaan.
In DSM V wordt ADHD onder “(neuro-)ontwikkelingsstoornissen (neurodevelopmental disorders) geplaatst. De stoornis begint in de kindertijd, net zoals leerstoornissen, taalontwikkelingsstoornissen, en pervasieve ontwikkelingsstoornissen, maar de diagnose hoeft niet in de kindertijd wordt gesteld. Hierdoor benadrukt men dat ADHD vaak aanhoudt tot in de volwassenheid en bij sommigen ook pas dan gediagnosticeerd wordt. Daarnaast vertoont ADHD ook overeenkomsten met bepaalde neurologische stoornissen, zoals een vroege aanvang, een sterke genetische basis en neurobiologische defecten.
Elk symptoom van ADHD is voorzien van voorbeelden per leeftijdscategorie, waaronder ook voor adolescenten en volwassenen. De nieuwe omschrijvingen zouden clinici moeten helpen om de symptomen beter te evalueren bij adolescenten en volwassenen.

In 2003 medicatie voor volwaasenen ADHD erkend

Een andere belangrijke aanpassing is dat er niet langer wordt gesproken over subtypes, maar wel over presentaties. Deze bewoording is minder ‘statisch’ en geeft aan dat de stoornis een dynamisch verloop kent en dat de uiting ervan kan evolueren doorheen de tijd . Het is dus mogelijk dat iemand van de ene presentatie overgaat naar de andere;bijvoorbeeld van ‘gecombineerde presentatie’ naar ‘overwegend onoplettendheid presentatie’.
Dan in termen van behandeling. De eerste medicatie die bewezen werd geacht voor ADHD voor volwassenen – door de Food & Drug Administration (FDA) – is Strattera® (atomoxetine) in 2003. Andere medicijnen waren toen alleen voor kinderen geregistreerd. De medicatie die voor kinderen wordt gebruikt werkt ook voor volwassenen en de meest gangbare medicijnen van vandaag de dag hebben nu ook een volwassenen-indicatie. Maar de meeste dokters schreven die medicijnen toch wel uit voor volwassenen.
Het is pas in 2003 dat er een medicijn voor volwassenen-ADHD is erkend. Dat is wel belangrijk om te zien, want dat is nog niet zo lang geleden. Dus als je het in historisch perspectief ziet is ADHD bij volwassenen een relatief nieuwe ontdekking. Alhoewel jij misschien al lang geleden had uitgevonden dat ADHD ook in volwassenheid doorwerkt. Maar als je al jarenlang worstelt en je afvraagt waarom niemand dat heeft gevonden bij jou, dan weet je nu waarom.

Door Ari Tuckman mmv Joris Koopman en Ivo Bakker

 

 

 

Door Ari Tuckman mmv Joris Koopman en Ivo Bakker