Opstarten is moeilijk. doorzetten en afmaken ook

post

Opstarten: Moeizaam op gang komen. Afmaken: doorzetten tot het af is

Beginnen en afmaken van een taak staat voor mensen met ADHD gelijk aan het beklimmen van twee zware berghellingen. Als een volwassene met ADHD met een taak begint is de volgende uitdaging dat hij door gaat tot de taak is afgemaakt. De meeste dagelijkse taken worden niet beloond met een compliment maar moeten gewoon worden gedaan.
Zoals we in de vorige aflevering al zagen is dit een grote uitdaging voor een volwassen ADHD-er. Dus aan de taak beginnen kan moeilijk zijn, maar aan de gang blijven is net zo moeilijk. Hier zijn twee redenen voor:
Snel afgeleid zijn.
Soms bestaat afleiding simpelweg uit onderbreking van je werk door een persoon die je aandacht trekt of iets wat om je heen gebeurt en je aandacht opeist. De aandacht voor de taak waarmee je bezig bent verlies je, waardoor je deze niet afmaakt, ondanks motivatie en intentie om dat wel te doen.
Verveling.
Normale mensen hebben er vaak plezier in om iets af te ronden. Maar veel ADHD-ers hebben dat plezier niet. Zodra iets bijna afgerond is, is de interesse in de taak vaak weg. De uitdaging is weg en het vlammetje dooft. Zelfs als ADHD-ers weten dat ze nog eventjes moeten doorbijten om iets af te krijgen. Het voelt onmogelijk om de taak tot een goed einde te brengen. De leuke dingen zijn makkelijk. Leuke taken zijn als met een fiets van de berg afrijden. Deze kosten niet veel inspanning, maar het kost veel moeite om iets te doen wat je oninteressant vindt. Zoals het moeite kost om met een fiets de berg op te rijden. Natuurlijk geldt dat voor iedereen, maar voor mensen met ADHD is er veel meer wilskracht nodig om een taak tot het einde toe vol te houden. Hierdoor raken ADHD-ers sneller mentaal moe van taken die ze saai vinden en nemen ze eerder een pauze. De leuke afleidingen zijn als naar beneden rijden. Voor mensen met ADHD is het verschil tussen naar boven en naar beneden rijden veel groter dan het is voor mensen zonder ADHD.
Helaas snappen collega’s, partners, vrienden of familieleden dit niet en verwachten zij dat je doorbijt en het voor elkaar krijgt. Ze realiseren zich daarbij niet dat het nog niet zo makkelijk is. Als dit wel zo is, dan zouden we het wel doen.
Iedereen heeft moeite met saaie klussen, maar mensen met ADHD hebben een hogere berg te beklimmen. Door neurologisch bepaalde gebrekkige aandachtregulering dwaalt de concentratie van ADHD-ers bij saaie taken af naar mooie gedachten of iets anders. Ze hebben de neiging om uit te stellen tot het moment dat een naderende deadline ze tot actie dwingt.
Als kleine kinderen moesten we taken doen als ons huiswerk, aankleden en al die saaie dingen die we eigenlijk niet willen doen. Als volwassenen wordt er verwacht dat we ons uit ons zelf actief worden. Mensen die dat niet waar kunnen maken krijgen een stempel op van allerlei negatieve karaktertrekken: lui, zelfzuchtig of onverantwoordelijk.
Klinkt dat bekend? Helaas hebben ADHD-ers twee zaken tegen zich als het over uitstelgedrag gaat. Het eerste is dat ADHD-ers problemen hebben om te onthouden wat er moet gebeuren. Maar aangenomen dat de ADHD-er zich bewust is van de taak, dan moet daarna ook nog de beslissing volgen om het te gaan doen. Twee motieven kunnen iemand tot actie doen overgaan: interne druk en externe druk.
Externe druk komt van de wereld om ons heen. Een baas die in onze nek hijgt maakt meer indruk dan een baas die niks zegt. Met druk van buitenaf begint iedereen eerder aan een taak.
Interne druk komt van uit van ons zelf. Het is makkelijk om in actie te komen voor dingen die je leuk vindt. Het is veel moeilijker om warm te lopen en de interne druk op te voeren voor dingen die niet leuk zijn. Sommige mensen voelen al lang voordat iets af moet zijn een grote interne druk om aan de gang te gaan. Dat lijkt goed maar je kunt het ook te ver doorvoeren. Bijvoorbeeld als iemand een rapport bij zijn baas moet inleveren en er al weken van te voren stress over heeft, maar niet begint. Dus meer is niet altijd beter. Vooral voor saaie taken hebben ADHD-ers moeite om de interne motivatie op te wekken. Ze denken er regelmatig aan maar ze komen niet over die magische drempel om aan de gang te gaan.

Omdat ADHD-ers slecht zijn in het genereren van interne druk, zijn ze meer afhankelijk van de externe druk – vandaar dat ze uitstellen. Externe druk geeft ze een sterke focus die interne druk ze niet kan geven. Zoals bekend drijft uitstellen niet-ADHD-ers tot grote ergernis omdat ze het niet kunnen begrijpen. Hun eigen interne druk neemt toe als de deadline nadert en er niets gebeurt. Om zelf minder spanning te voelen leggen ze druk op aan de ADHD-er, ook als dat niet wordt gewaardeerd. De persoon wil jou niet controleren, die persoon wil zelf minder spanning voelen. In het ergste geval gaat de niet-ADHD-er de taak zelf maar doen, geërgerd omdat de verantwoordelijkheid bij hem kwam te liggen. Degene zonder ADHD ziet dat de ADHD-er zich wel heel makkelijk kan activeren voor leuke dingen, maar niet voor saaie dingen. De niet-ADHD-er zou dit kunnen interpreteren als een bewust gemaakte keuze en de ander verwijten dat de vervelende klussen altijd op hem neerkomen. Hier komen de negatieve karakterbeoordelingen te voorschijn.
Het punt is dat dit bij ADHD-ers meestal meer komt omdat vanuit de hersenen weinig interne druk wordt gegenereerd, dan door hun karakter. We praten later over hoe we dergelijke lastige situaties kunnen voorkomen en oplossen. Iemand met ADHD kan ook een situatie waar hij tegen opziet, vermijden. Daardoor ontstaat een neerwaartse spiraal van fouten maken, twijfelen aan jezelf en uiteindelijk de moed opgeven. Op die manier kunnen ADHD-problemen uit het verleden bijdragen aan vermijdings- en uitstelgedrag.

Doorzettingsvermogen

 

Zoals ik besprak in de vorige aflevering Het vermogen om zelf aan de slag te gaan is zwak bij ADHD-ers. Druk van buitenaf kan je helpen om aan een taak te beginnen, maar helpt ook om door te gaan met een taak tot die voltooid is. Je fietst harder de berg op als men je achter de broek zit. Succes in het leven vereist dat je regelmatig allerlei taken tot een goed einde brengt. Dit is heel moeilijk voor jou en het beïnvloed ieder gebied van je leven: school, werk, vrienden en familie.
Helaas waardeert de samenleving het maar voor de helft als de klus maar voor de helft is afgerond. De ironie is dat de meeste klussen helemaal niet moeilijk zijn. Maar ADHD-ers hebben de vaardigheden niet om die taken te voltooien. Geen van die taken zijn moeilijk. Maar het gevecht met verveling is moeilijk. Voor de diagnose kun je denken dat die taken makkelijk zijn en jij vindt dat je ze gewoon moet kunnen doen.
Ik had een cliënt die het niet voor elkaar kreeg om de boodschappen op te ruimen. Als ze in de winkel te lang werd opgehouden, propte ze de boodschappen bij thuiskomst in de koelkast. Ze dreef haar echtgenoot daarmee tot woede. Die maakte de rommelige koelkast open en ergerde zich aan de onlogische indeling. Hij vroeg haar die vijf minuten te besteden om de boodschappen GOED op te ruimen.
We gebruiken eerdere ervaringen om betere beslissingen te nemen in de toekomst. Maar mensen met ADHD nemen meestal geen bedenktijd om terug te denken aan deze herinneringen en de ervaringen te gebruiken. Ze blijven vaker dezelfde fouten maken.