Feiten en meningen zijn beide belangrijk bij het nemen van goede beslissingen, maar soms lopen ze door elkaar en zijn slechte beslissingen het resultaat. Zeker als het over ADHD gaat doet dit opgeld.
Discussies over ADHD: vele meningen gebaseerd op slechte kennis
Feiten en meningen zijn beide belangrijk bij het nemen van goede beslissingen, maar soms lopen ze door elkaar en zijn slechte beslissingen het resultaat. Dit is in het bijzonder relevant bij het onderwerp van ADHD, waarbij er een neiging kan bestaan tot vele meningen die gebaseerd zijn op té weinig feiten. Zie alles wat er over beweerd wordt op social media en door journalisten.
In deze aflevering hebben we het over het verschil tussen feiten en meningen. Maar het werkelijke onderwerp van deze aflevering is het maken van goede beslissingen. Want daarvoor maak je keuzes op basis van feiten en meningen. Daarnaast hoort daar ook de vraag bij hoe je kunt omgaan met de feiten en meningen van anderen. zodat je hen mogelijk kunt helpen om tot betere besluiten te komen. Of om ten minste een goede afweging te kunnen maken of opvattingen van anderen jouw besluiten kunnen en mogen beïnvloeden.
Meningen zijn persoonlijke overtuigingen en geen feiten
Laten we beginnen met wat definities. Feiten zijn deeltjes informatie die op een objectieve manier te controleren zijn op juistheid. Dit kunnen dingen zijn die uit de wetenschap of uit onderzoek blijken, zoals de ontdekking dat verschillende genen gelinkt blijken te zijn aan ADHD. Het kunnen ook stukken informatie zijn, zoals of een persoon de loodgieter gisteren wel of niet gebeld heeft. We kunnen de informatie nagaan en bepalen of een uitspraak waar of niet waar is. In tegenstelling tot feiten zijn meningen persoonlijke overtuigingen. Het zijn standpunten van iemand, gebaseerd op hun persoonlijke prioriteiten en hun interpretaties van feiten.
Speciale fasciliteiten helpen kinderen een diploma halen. Feit of mening?
Iemand kan bijvoorbeeld van mening zijn dat mensen met ADHD voorzieningen op school zouden moet krijgen, of dat zij dat niet zouden moeten. We kunnen niet zomaar een regel of maatstaf te voorschijn toveren om te besluiten of mensen met ADHD voorzieningen zouden moeten krijgen of niet. We kunnen een heleboel feiten inbrengen in de discussie, zoals het feit dat als studenten met ADHD die voorzieningen ontvangen – een rugzakje – , er een grotere kans bestaat dat ze hun middelbare school en studie afronden, of een feit dat voorzieningen een bepaalde hoeveelheid geld kosten per student.
Zulke feiten zullen een rol spelen in de discussie over de vraag of de studenten met ADHD voorzieningen zouden moet ontvangen of niet, of dat het waard is, en dergelijke.
Dus, iemand die vóór voorzieningen voor mensen met ADHD is, zal zich focussen op het verhoogde percentage aan afgestudeerden.
Maar feiten zijn niet zo pasklaar als wij soms denken, omdat mensen met verschillende meningen over een verschillende bundel aan feiten beschikken om hun standpunt te rechtvaardigen. Ook verdelen mensen op verschillende manieren het gewicht dat zij aan feiten toekennen die hun meningen onderbouwen. We doen dit allemaal, het is een normaal onderdeel van discussiëren en onderhandelen om uit diverse bundels met feiten te putten. Dus, iemand die vóór voorzieningen voor mensen met ADHD is, zal zich focussen op het verhoogde percentage aan afgestudeerden of zelfs de voordelen die het de economie over het algemeen geeft wanneer er minder personen zijn die hun middelbare school nooit afronden. Iemand die de mening om in extra voorzieningen voor ADHD-studenten te investeren juist niet aanhangt zal het hebben over de bijkomende kosten voor het schoolsysteem, en wellicht dat geld beter ergens anders aan gespendeerd kan worden, en zal andere feiten gebruiken over de voordelen. Maar ongeacht welk standpunt iemand inneemt kunnen we het er allemaal over eens zijn dat goede beslissingen zijn gebaseerd op goede informatie. Tenzij het gaat om een erg simpele vraag, zoals hoe lang is dit stuk hout?
ADHD medicatie is verslavend: mening
Goede beslissingen zijn gebaseerd op feiten, maar geleid door meningen. Bijvoorbeeld vragen als “zouden mensen met ADHD voorzieningen moeten krijgen op school?”, “zouden mensen met ADHD medicatie moeten nemen?”, “is het redelijk om binnen een relatie van je partner te verwachten dat hij/zij je helpt herinneren aan je taken en verantwoordelijkheden?. Er zijn duidelijk een heleboel feiten die we kunnen toepassen op deze vragen, maar het antwoord zal in hoge mate beïnvloed worden door onze persoonlijke meningen. Neem bijvoorbeeld de vraag over de medicatie, iets waar mensen verschillende meningen over kunnen hebben. Het feit dat iemand gebruikt, kan deze in hoge mate beïnvloed zijn door meningen over persoonlijke verantwoordelijkheid, de aanvaardbaarheid van het nemen van medicatie, de bereidheid om risico’s te nemen en het tolereren van de bijwerkingen van medicatie, en mogelijk zelfs de overtuiging of iemand het recht heeft om iets beters te verwachten van zijn leven. Dit kan dus best diep gaan. Dus als goede beslissingen gebaseerd zijn op goede informatie, dan zijn slechte beslissingen uiteraard gebaseerd op slechte informatie.
Maar waar de dingen verward raken, is wanneer mensen feiten en meningen door elkaar gaan halen.
Eén van de manieren dat dit gebeurt, is wanneer een persoon beschikt over een incorrect feit. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld: ADHD medicatie is voor iedereen verslavend, ook al wordt de standaard voorgeschreven doseringen ingenomen, hetgeen in tegenspraak is met wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat dat niet het geval is. Dit is dus simpelweg een incorrecte uitspraak. Dus wanneer iemand probeert te besluiten of hij/zij medicatie wilt proberen, dan zal een dergelijk incorrect feit waarschijnlijk een negatief effect hebben op zijn/haar besluit. Dit is misschien gemakkelijk om op te lossen, als diegene bijvoorbeeld bereid is om van een expert, of een andere hoogwaardige bron, te horen dat dit simpelweg niet waar is of op zijn best een grote overdrijving. Nou, tot zover geen probleem. Maar waar de dingen verward raken, is wanneer mensen feiten en meningen door elkaar gaan halen.
Uit onderzoek blijkt echter, ten minste in het geval van volwassenen, dat ADHD enorm onder gediagnosticeerd was.
Als het gaat om ADHD dan is dit een ‘goed-nieuws slecht-nieuws scenario’ . Het goede nieuws is dat er een heleboel goede en kloppende informatie beschikbaar is. Het slechte is, dat er ook nog steeds te veel onjuiste en verouderde informatie beschikbaar is. Even een voorbeeld, ik had een tijdje terug een cliënt die mij vertelde dat haar huisarts van mening is dat ADHD over-gediagnosticeerd is, en hij heeft daarom het onderwerp weggewuifd toen zij erover begon. Jammer genoeg is het probleem hier, dat hij gelooft dat zijn mening: ‘ADHD is over-gediagnosticeerd,’ ziet als een feit. Uit onderzoek blijkt echter, ten minste in het geval van volwassenen, dat ADHD enorm onder gediagnosticeerd is. Omdat het meisje een volwassene is, behoort zij dus juist tot de groep die extra aandacht nodig heeft. Maar de familiedokter gelooft dus dat zijn mening een feit is, en hij maakt het besluit om haar bezorgdheid over het mogelijk-hebben-van-ADHD niet serieus te nemen. Een andere fout in de logica die de man maakt is dat zelfs als ADHD wél over-gediagnosticeerd is, dit niet automatisch ons iets kan vertellen over het feit of één specifiek persoon ADHD heeft of niet. Over-
Over-diagnosering van ADHD is mogelijk een goede reden om voorzichtig te zijn in het stellen van een diagnose, omdat het misschien zo is dat een diagnose veel te gemakkelijk wordt gesteld. Maar dit maakt het nog geen goed idee om totaal over te springen naar het andere extreem, waardoor ‘de oplossing’ voor de over- diagnosering wordt: iedereen van een diagnose te ontzeggen.
Sommige mensen presenteren opvattingen over ADHD als feiten
Een manier waarop mensen feiten met meningen verwarren, is wanneer zij niet voldoende bewust zijn van de diepere overtuigingen die ten grondslag liggen aan hun meningen. Dus als gevolg houden mensen vast aan hun meningen als feiten, zelfs wanneer zij geconfronteerd worden met tegenstrijdige feiten. Wanneer iemand met ADHD bijvoorbeeld weigert om een behandeling aan te gaan, omdat hij/zij diep van binnen gelooft dat er iets wezenlijk aan hem/haar ontbreekt, en dat hij/ zij daarom zijn/haar worstelingen en moeilijkheden verdient. Zo iemand kan mogelijk zich niet volledig bewust zijn van deze dieper liggende overtuiging, of diegene is niet bereid om het toe te geven, maar hij/zij zal in de plaats daarvan onjuiste feiten aandragen over de ineffectiviteit van een behandeling of … de risico’s en bijwerkingen.
Het zou wel kunnen, maar we hebben allemaal bepaalde standpunten die gebaseerd zijn diepere overtuigingen waar wij ons niet perse bewust van zijn.
Natuurlijk, wanneer deze onjuiste feiten eigenlijk juist waren geweest, dan zou een dergelijk standpunt om je niet te laten behandelen redelijker zijn geweest. Omdat diepere overtuigingen hun standpunt bepalen, zullen zij vast houden aan deze overtuigingen, omdat zij anders moeten toegeven aan hun dieper gelegen – en waarschijnlijk meer pijnlijke – gevoelens en deze onder ogen moeten zien.
Het is niet gezegd dat iedereen die een onjuist standpunt heeft ook diepe problemen heeft, het zou wel kunnen, maar we hebben allemaal bepaalde standpunten die gebaseerd zijn diepere overtuigingen waar wij ons niet perse bewust van zijn. Dit is ook wat ten grondslag ligt aan verschillende standpunten, ingenomen door verschillende politieke partijen. Dus verschillende overtuigingen over het leven, over het individu of over de samenleving. Zij komen tot verschillende politieke standpunten, en zij gebruiken verschillende feiten om deze standpunten kracht bij te zetten. Wanneer je in aanraking komt met iemand die onjuiste feiten hanteert om zijn standpunt te rechtvaardigen, of het nou om ADHD gaat of niet, dan heb je verschillende opties. Wanneer je het gevoel hebt dat diegene open staat voor nieuwe informatie kun je een poging wagen om hun onjuiste feiten te corrigeren.
Een complexere situatie ontstaat wanneer iemand niet bereid is om zijn feiten gemakkelijk te laten corrigeren, omdat zijn/haar diepere overtuigingen die bepaalde feiten nodig heeft om zijn overtuigingen te rechtvaardigen.
De volgende situatie is erg simpel, en je hebt geluk als je hem tegenkomt. Voor mij, is het meest alledaagse voorbeeld de cliënten die bij mij terecht komen die terughoudend zijn in het uitproberen van ADHD-medicatie. Wanneer ik eenmaal sommige van hun feiten corrigeer, zijn zij vaak meer bereid om ten minste te overwegen om medicatie te proberen, wanneer dit relevant is voor hun situatie in ieder geval. ADHD-medicatie is doping voor het brein voor mensen die niet hard willen werken. Feit of mening? Een complexere situatie ontstaat wanneer iemand niet bereid is om zijn feiten gemakkelijk te laten corrigeren, omdat zijn/haar diepere overtuigingen die bepaalde feiten nodig heeft om zijn overtuigingen te rechtvaardigen. Ik gebruik weer even het voorbeeld van een cliënt die terughoudend is in het gebruik van medicatie: iemand zou de overtuiging kunnen hebben dat medicatie een vorm van ‘valsspelen’ is, en dat hard werken het enige is dat nodig is voor succes. Wanneer de cliënt en ik hier over in gesprek over gaan, kan de cliënt tot het besef komen dat hij/zij altijd al hard heeft gewerkt, en dat hij/zij niet nog harder kán werken. We zouden het dan kunnen hebben over hoe medicatie niets veranderd aan de noodzaak om hard te werken, maar dat het wel kan helpen om zijn/haar inspanningen doeltreffend te maken. We zouden het zelfs kunnen hebben over de verschillende manieren waarop onbehandelde ADHD zijn/haar leven moeilijker maakt, en hoe dit eigenlijk helemaal niet zo hoeft te zijn. Door het samennemen van al deze feiten in één conversatie, kan deze persoon mogelijk zijn mening over het gebruik van medicatie veranderen – of wat het onderwerp in een dergelijk gesprek ook mag zijn.
Dit zijn situaties waarin iemand in ieder geval enigszins openstaat voor nieuwe feiten en opvattingen, dit is duidelijk niet altijd het geval. Je zult ook mensen tegenkomen die hardnekkig vasthouden aan hun mening, zelfs wanneer zij in aanraking komen met tegenstrijdige feiten.
Je kunt dan proberen om iemands dieperliggende overtuigingen boven tafel te krijgen
Het zou kunnen zijn dat zij andere dieperliggende overtuigingen hebben dan jij, en het kan dan moeilijk zijn om elkaar te begrijpen. In andere gevallen kan iemand dieperliggende overtuigingen hebben, maar deze niet met jou bespreken. Diegene zal zich dan juist richten op het afdoen of negeren van de feiten die jij inbrengt in het gesprek. Je kunt dan proberen om iemands dieperliggende overtuigingen boven tafel te krijgen, wat meer zal opleveren dan iemand te blijven bombarderen met nieuwe feiten die toch niet blijven hangen en die hun mening niet zullen veranderen. Dit zou kunnen werken, maar alleen wanneer die persoon bereid is om zijn dieper liggende overtuigingen bloot te geven.
Koppige mensen: probeer ze niet eens te overtuigen
Wanneer iemand hier niet toe bereid is kun je beter je pogingen staken. Sommige mensen zijn gewoon niet te overtuigen. Wanneer je wél het gevoel hebt dat jij goede feiten gebruikt, en wanneer jij hebt geprobeerd om iets te begrijpen vanuit het perspectief van de anderen, laat dan niet de koppigheid van de ander jouw eigen kracht in jouw overtuigingen ondermijnen. Soms is het gewoon beter om sterk te blijven in je eigen overtuigingen en om verder te gaan naar betere dingen.
Ari Tuckman mmv Joris Koopman en Ivo Bakker

